Graaddagen: vergelijk je verbruik.

Inleiding

Als men het effect van een bepaalde maatregel op zijn energieverbruik op vlak van verwarming wil nagaan zal men het jaar- of maandverbruik na de genomen maatregel willen vergelijken met het verbruik over dezelfde periode voor de maatregel. Het grote probleem hierbij is uiteraard de weersinvloed.
Zo is bijvoorbeeld januari 2009 een koudere maand gebleken dan januari 2008. Om het verbruik te kunnen vergelijken moeten we de weersinvloed op de cijfers neutraliseren. We doen dit door de factor ‘graaddagen’ in te voeren.

Definitie

De methode met gebruik van graaddagen dateert uit de jaren ’70. Het aantal graaddagen op één dag is gelijk aan 16.5 °C min de gemiddelde etmaaltemperatuur. De graaddagen geven een invers beeld van de temperatuur (de warmte) weer. De graaddagen zijn dus een maatstaf voor de koude over een periode.

Om de equivalente graaddagen in België te berekenen, dient men eerst de equivalente temperaturen na te gaan. De equivalente temperatuur bekomt men door 60% van de gemiddelde temperatuur, gemeten te Ukkel, van de dag D, op te tellen bij 30% van de temperatuur van de dag D-1 en dit  nogmaals  op te tellen met 10%  van de temperatuur van de dag  D-2. De graaddagen worden dan bekomen door van 16,5°C de berekende equivalente temperatuur af te trekken. Men veronderstelt dat de verwarming uitgeschakeld mag worden van zodra de buitentemperatuur hoger is dan 16.5 °C. Dit is echter een arbitrair getal, vaak neemt men ook 15 °C ipv 16.5 °C.
Andere berekeningsmethodes gebruiken de gemiddelde etmaaltemperatuur ipv de equivalente temperatuur.

Door het aantal graaddagen voor de dagen van een maand of jaar op te tellen, kan het aantal graaddagen per maand of per jaar worden berekend. Door de verhouding te nemen van de gemiddelde hoeveelheid graaddagen per maand en de actuele hoeveelheid graaddagen en deze verhouding dan te vermenigvuldigen met het actueel energieverbruik die maand, bekomt men het klimaatgecorrigeerd energieverbruik. Dit verbruik kan vergeleken worden met klimaatgecorrigeerde gegevens van vorige jaren omdat de weersinvloed uitgeschakeld is.

Onnauwkeurigheden

De methode is echter ook niet 100% correct. Er wordt immers geen rekening gehouden met de werkelijke binnentemperatuur, verlofperiodes, het constante energieverbruik dat er steeds is zowel bij koude als warme weersomstandigheden (vb. warm water), … .Bovendien neemt men gemakkelijkheidhalve de temperaturen gemeten in Ukkel (België), terwijl deze sterk kunnen afwijken van de lokale temperatuur. Zeker in de zomer en overgangsmaanden (april-mei en september-oktober), wanneer het aantal graaddagen per maand relatief laag kan liggen (minder dan 100) kunnen er grote fouten optreden in deze methode indien men niet de lokale temperaturen gebruikt voor de berekening.


m echt nauwkeurig te werken is het de beste oplossing om een binnen- en buiten temperatuurlogger aan te schaffen om zo ter plekke het juiste aantal graaddagen te bepalen.

In deze spreadsheet vind je de graaddagen per maand voor de periode 1961-2008.