Terwijl de vraag naar houtpellets overal in Europa een ware explosie kent, zou de belangstelling voor een gebrande variant, de zogenaamde biocoal of biokool, binnenkort sterk moeten toenemen. En dat vooral bij de elektriciteitsproducenten!
Biokool bestaat uit houtachtige biomassa (houtafval, bosresten, houtspaanders,…) die gebrand wordt. Het afgewerkte product wordt aangeboden in de vorm van korrels en is een vaste hernieuwbare brandstof met eigenschappen die deze van fossiele steenkool dicht benaderen. De biokoolkorrels zijn waterafstotend, gemakkelijk te transporteren en hebben een energiedichtheid (22 GJ per ton) die nauwelijks lager is dan deze van fossiele steenkool. Door hun hoge energiedichtheid laten ze toe om tot 25 % te besparen op het transport en op de opslag, in vergelijking met traditionele pellets. Nog een laatste troef: ze kunnen verbrand worden in een steenkoolcentrale zonder speciale investeringen of aanpassingen. Kortom: ze bieden dezelfde voordelen als steenkool, zonder de ongemakken van houtpellets. Het is dus duidelijk waarom energieproducenten er interesse in hebben en erin beginnen te investeren.
Zo nam de Duitse elektriciteitsproducent RWE vorig jaar een participatie van 25 % in de Nederlandse start-up Topell. Dit bedrijf ontwikkelt een innovatief brandingsprocedé gebaseerd op de Torbed reactor die ontwikkeld werd door zijn Nederlandse vakgenoot Polow Energy Systems. Na de ontwikkeling van een prototype waarmee sinds 2007 geëxperimenteerd wordt zal Topell volgend jaar een eerste brandingseenheid in Duiven in dienst nemen, met een beoogde productie van 60.000 ton per jaar. Met de steun van RWE wil het bedrijf tegen 2012 een jaarproductie van 1 miljoen ton realiseren.